Wat AI-geletterdheid concreet betekent
AI-geletterdheid klinkt als een cursusonderwerp, maar het is in de kern iets nuchters: je medewerkers moeten begrijpen wat het systeem doet dat ze gebruiken, en waar de grenzen liggen. Het NCSC omschrijft AI als systemen die op basis van informatie uit de omgeving of invoerdata met een zekere mate van zelfstandigheid een actie ondernemen of een antwoord aandragen — denk aan beeldherkenning of muzieksuggesties op basis van luistergeschiedenis. Generatieve AI, zoals taalmodellen en beeldgeneratoren, maakt daar nieuw materiaal bij: teksten, geluiden en beelden. Die output heet synthetische media en wordt onder meer ingezet voor marketingmateriaal, meertalige communicatie en educatie.
Waarom dit ertoe doet: de Europese Commissie geeft aan dat het vaak niet mogelijk is te achterhalen waarom een AI-systeem een bepaalde beslissing of voorspelling heeft genomen. Een medewerker die dat niet weet, gaat output behandelen als feit. Dat is precies het risico. AI-geletterdheid is dus niet: iedereen moet weten hoe een transformer werkt. Het is: iedereen weet dat het antwoord fout kán zijn, weet hoe je dat controleert, en weet welke informatie er niet in mag. Onze praktische beginnersgids is een bruikbaar startpunt voor mensen die net beginnen.
Wat de AI-verordening en de AP hierover zeggen
De AI-verordening (Verordening (EU) 2024/1689) is volgens de Europese Commissie het allereerste alomvattende rechtskader voor AI ter wereld. Het doel is betrouwbare AI in Europa te bevorderen. De regels zijn risicogebaseerd en richten zich op AI-ontwikkelaars én -exploitanten, voor specifieke toepassingen van AI. De Commissie benadrukt dat de meeste AI-systemen weinig tot geen risico opleveren, maar dat bepaalde systemen risico's creëren die je moet aanpakken om ongewenste uitkomsten te voorkomen.
Voor ondersteuning bij de overgang zijn er concrete voorzieningen: het AI-pact, een vrijwillig initiatief dat aanbieders en exploitanten uitnodigt om vooruitlopend al aan de belangrijkste verplichtingen te voldoen, plus de AI Act Service Desk en het Single Information-platform voor vragen. Dat zijn de plekken waar je terechtkunt als je twijfelt over je eigen situatie.
In Nederland is de Autoriteit Persoonsgegevens de partij om te volgen. De AP meldt dat transparantie-eisen voor AI gelden vanaf 2 augustus en adviseert organisaties de praktijkcode te ondertekenen. Daarnaast heeft de AP nieuwe AVG-richtlijnen voor generatieve AI uitgebracht om ontwikkelaars en organisaties te helpen. Wil je dieper op het wettelijk kader in, lees dan de EU AI Act uitgelegd in gewone taal.
Zo regel je het: van losse afspraken naar beleid
De KVK is helder: een AI-beleid is niet verplicht, maar het helpt ondernemers en medewerkers om veilig met AI-tools te werken. Het geeft duidelijke regels, voorkomt risico's, en als er tóch iets misgaat door verkeerd of onveilig gebruik biedt het een juridisch handvat. Bovendien voldoe je er meteen mee aan de juiste regelgeving: in Europa de EU AI-verordening, in Nederland de AVG voor persoonsgegevens.
Het praktische probleem dat de KVK signaleert is herkenbaar: er is ruime keuze in AI-software, en werknemers weten vaak niet welke programma's ze mogen gebruiken voor hun werk, en welke gegevens ze wel of juist niet mogen invoeren. Dat is precies het gat dat AI-geletterdheid moet dichten.
Begin daarom met deze onderdelen, die de KVK noemt als basis van een AI-beleid voor het mkb. Eén: het doel. Wat wil je bereiken — veilig gebruik voor personeel en bedrijf, en voldoen aan de wetten voor AI-gebruik. Twee: opzet en updates. Voor wie geldt het beleid? Alle medewerkers, of alleen bepaalde functies? En geldt het ook voor externen en zzp'ers? Leg ook vast hoe je het beleid actueel houdt.
Bundel de afspraken in één document of maak ze onderdeel van je personeelshandboek. Zorg dat de gegevens die medewerkers in AI-tools invoeren voldoen aan zowel de AI-verordening als de AVG — over die tweede kant lees je meer in AI, AVG en privacy: mag klantdata in ChatGPT?.